‘De keuze voor Bergen op Zoom was voor ons snel gemaakt!’

Verhalen / Wonen

Wil je vaker lezen over Bergen op Zoom?

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Waarin ben je geïntereseerd?

Bedankt voor je aanmelding voor onze nieuwsbrief!

In onze rubriek ‘Bergse gezinsbabbel’ portretteren we gezinnen die van buiten Bergen naar onze stad zijn gekomen. Wat bracht hen hier? En hoe bevalt Bergen op Zoom als nieuwe thuishaven? Vandaag Tamara (35) uit Almere, Folkert (35) uit de kop van Noord-Holland en de kinderen Mischa (8), Lauren (4) en Jort (8 maanden), alle drie opgroeiende in Bergen op Zoom.

Vertel! Wat bracht jullie vanuit het noorden van het land naar Bergen op Zoom?

Folkert: “Ik ben hier op mijn 24e naartoe gekomen voor mijn baan bij Fokker in Hoogerheide. Het eerste jaar heb ik op Familyland gewoond.”

Tamara: “Ik was in diezelfde periode 23 jaar en besloot op vakantie te gaan naar Kos met een vriendin. Daar ontmoette ik Folkert. Voor hem was het zijn laatste avond op het Griekse eiland. Daar vertelde hij me over zijn verhuizing naar Hoogerheide die eraan zat te komen. In Nederland hebben we meteen weer afgesproken, in Breda. Om zes uur ontmoetten we elkaar in een restaurant en voor we het goed en wel doorhadden, was het elf uur ’s avonds! De klik was er gelukkig nog steeds, ook zonder strand en mooi weer. Sindsdien heb ik een jaar lang heen en weer gereisd tussen Almere en Hoogerheide om Folkert te zien.”

Folkert: “Ik had een hele poos het idee dat mijn periode in het zuiden van het land tijdelijk zou zijn en dat ik op den duur weer zou terugkeren naar het noorden. Maar voor Tamara hoefde ik dat niet te doen.”

Tamara: “Ik had het in Almere wel een beetje gezien eigenlijk. Almere is een flinke stad, maar heeft geen kroegjes of gezelligheid die je hier wel hebt. Ook miste ik in Almere de historie tussen alle nieuwbouw. Eigenlijk was ik wel toe aan iets nieuws. De keren dat ik hier was, bij Folkert, voelde ik me thuis. Mensen zijn hier een stukje tactvoller dan in het noorden. In het noorden had ik soms last van de directe manier van communiceren. Na dat jaar heen en weer pendelen tussen noord en zuid besloten we samen een huis te kopen, in Bergen op Zoom.”

Folkert: “We twijfelden tussen Bergen op Zoom, Hoogerheide en Roosendaal. Roosendaal zijn we doorheen gereden maar uiteindelijk niet eens uitgestapt. Dat voelde niet als onze plek.” Lachend vervolgt hij: “De keer dat we Bergen op Zoom bezochten om te kijken of de stad wat voor ons zou zijn, was precies de dag van de intocht tijdens de Vastenavend. Wij hadden er geen idee van… In een mum van tijd vulde de Grote Markt zich met een massa verklede mensen. Ach, we wisten wel meteen hoe het er hier aan toegaat. Bergenaren zijn echte levensgenieters!”

Was het wennen voor jullie, wonen in Bergen op Zoom?

Tamara, lachend: “Het zijn hele gekke dingen die hier anders zijn dan in het noorden. Om maar een voorbeeld te noemen: op een kruising krijg je hier daadwerkelijk voorrang als je voorrang hebt. In de grote steden is dat altijd maar afwachten. Verder zit er hier vaak een filter over woorden heen. Mensen zijn hier zoals gezegd tactvoller dan in het noorden, maar soms ook iets té tactvol. Dat ze eigenlijk niet echt zeggen wat ze vinden, om het maar beleefd te houden.”

Folkert: “Die eerste jaren dat we hier woonden hadden we natuurlijk beiden weinig vrienden hier. In het begin was dat even lastig; er heerst in Bergen op Zoom echt een ons-kent-ons-cultuurtje waar je moeilijk tussen komt. Maar als je eenmaal binnen bent bij een paar mensen, is je kennissenkring heel snel groot.”

Tamara: “Wat nu vooral lastig is, is dat we allebei onze ouders niet in de buurt hebben. Met drie kinderen is dat soms wel even zoeken. Gelukkig zijn de buren inmiddels zo lief om zo nu en dan op te passen als we echt krap zitten.”

Drie echte Bergse krabbetjes?

Folkert: “Zo goed als. De jongste, Jort, is acht maanden. De oudste, Mischa is acht jaar, Lauren is vier, hij werd geboren in het ziekenhuis van Breda. Maar ze groeien nu allemaal op in Bergen op Zoom.”

Tamara: “Ik heb voorheen wel eens gehoord dat de stap van twee naar drie kinderen niet zo groot is. Wie dat gezegd heeft weet ik niet meer, maar ongelijk heeft ie wel…”

Folkert: “Het is flink aanpoten vinden wij, drie kinderen. Dat komt ook om omdat Jort reflux heeft, waardoor hij veel last heeft gehad van zijn maag en de eerste maanden veel huilde. Dat maakt het wel even zwaarder. Maar nu is het vooral heel erg van ze genieten!.”

Tamara: “Wij zijn best wel vrij in de opvoeding van onze kinderen. We proberen onze kinderen zo zelfstandig mogelijk te laten opgroeien. Laat ze maar ontdekken en doen. En af en toe onderuit gaan. Daar leren ze van.”

Is dat hoe we jullie als gezin kunnen typeren: vrijheid, blijheid?

Folkert: “Als ik ons als gezin moet omschrijven… We zijn vooral geen planners. Sterker nog, we zijn best chaotisch allebei. Tamara en ik leven liever in het moment en zien wel wat er op ons pad komt. Go with the flow. Als we kunnen kiezen tussen iets leuks doen of de ramen wassen, weten we het wel.”

Tamara: “Folkert is een stuk stressbestendiger dan ik. Maar ik merk ook dat ik positiever ben geworden de laatste jaren. Ik vind het belangrijk om elke dag een beetje te groeien en een beetje beter te worden. En ik probeer in elke dag het mooie, leuke en fijne te vinden. Daar probeer ik me op te focussen, in plaats van op het negatieve.”

Folkert: “Ik ben altijd redelijk nuchter geweest. Ik zie altijd het goede in de mensen en vind humor heel belangrijk in het dagelijks leven. Verder vind ik het noodzakelijk mezelf te blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang wat mij betreft. Zodra ik op het werk een kans krijg, grijp ik die met beide handen aan.”

Tamara: “Waar we soms samen wel tegenaan lopen, is dat we iets te ambitieus zijn in wat we allemaal willen doen. We vinden zoveel dingen leuk, met als resultaat dat we vaak een heel weekend de hort op zijn. We willen onze ouders zien, we willen borrelen met die vrienden, we willen een festival bezoeken…”

Folkert: “Om vervolgens zondagavond uitgeteld in bed te ploffen… Toe aan weekend!”

Tamara: “Maar we worden er steeds beter in, steeds wat gedoseerder. En eigenlijk zijn we alleen maar blij dat we nu zoveel sociale contacten hebben hier. Of we nog teruggaan naar het noorden? Nee hoor!”