Désirée Struijk: ‘Ik heb van elke chemo en bestraling een feestje gemaakt’

Verhalen / Wonen

Wil je vaker lezen over Bergen op Zoom?

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Waarin ben je geïntereseerd?

Bedankt voor je aanmelding voor onze nieuwsbrief!

Vandaag, 4 februari, is Wereldkankerdag. Een dag waarvan je zou denken dat ie maar weinig aangenaam kan zijn. Totdat je de Bergse Désirée Struijk (35) spreekt. 2018 was haar ‘kankerjaar’. Een jaar vol hoogtepunten, vertelt ze ons met een brede glimlach. We spraken met deze bijzondere Bergse. Aangenaam, Désirée!

Even voorstellen: wie is Désirée?

Désirée: “Aangenaam! Ik ben dus Désirée, geboren en getogen in Bergen op Zoom. Opgegroeid met een zusje en twee lieve ouders. Helaas overleed mijn moeder toen ik 12 jaar was aan eierstokkanker. Verder heb ik Media- en entertainmentmanagement gestudeerd en werk ik op de marketingafdeling van Intratuin Halsteren.”

2018 was niet jouw beste jaar…

Désirée: “Op 3 januari 2018 kreeg ik van de arts te horen dat ik borstkanker had.” Lachend: “Happy new year! Dat was inderdaad een bijzondere start van het jaar. Maar ik wist ook meteen: we gaan dit varkentje wassen. Ik was gelijk klaar voor de strijd. Kom maar op met dat behandelplan, was het eerste wat ik dacht. Precies een week later, op 10 januari, zat ik aan mijn eerste chemo.”

Heb je helemaal geen angst gevoeld?

Désirée: “Weinig. Ik wilde er volledig voor gaan. Als je het mij vraagt, is een positieve mindset het halve werk in zulke situaties. Ik kon heel boos worden van patiënten naast mij in de wachtkamer die in zak en as zaten. Dan dacht ik: hallo, je bent er nog! Go for it! Mijn behandelplan bestond uit zestien chemo’s, een operatie waarbij mijn borst werd geamputeerd en tot slot vijftien dagen bestraling. In augustus zou ik klaar zijn, in de hoop dat het z’n vruchten af zou werpen. Meteen aan de start heb ik een schema gemaakt voor mijn vrienden. Om beurten moest er iemand met me mee naar het ziekenhuis, op voorwaarde dat ze in de auto een karaoke-voorstelling voor me zouden opvoeren. Dat was fantastisch, zo werd elke chemo en elke bestraling een beetje een feestje. Ik heb die maanden ontzettend veel gelachen.”

Is humor altijd al een rode draad in jouw leven geweest?

Désirée: “Ja, eigenlijk wel. Ik vind humor ontzettend belangrijk. Het kan het leven zoveel lichter maken. Samen met mijn vrienden noemde ik mijn tumor Timo, die we wel even zouden killen. Toen na de eerste chemo plukken haar uitvielen, wist ik: het moet eraf. Ik heb een vriendin opgebeld die kapster is, samen hebben we allereerst mijn haar in verschillende modellen geknipt. Opgeschoren enzo… Hilarisch! Daarna heb ik een feestje georganiseerd voor mijn vriendinnen. In plaats van ‘say yes to the dress’ werd het ‘say yes to the wig’. Rood, zwart, kort, lang, krullen… Alles kwam voorbij. Een geweldige avond.”

En in het ziekenhuis, was daar ook ruimte voor humor?

Désirée: “Zeker wel. De artsen genoten er wel van, geloof ik. Ik noemde mijn chemo ‘shotjes’ die ik innam in de ‘shotkamer’. Een keertje wat anders dan drank. Na de laatste chemo wilde ik een confettiknaller laten knallen. Kan eigenlijk niet in een ziekenhuis natuurlijk, maar de verpleegsters stonden paraat met bezems. Ze vonden het net zo leuk als ik, geloof ik. Oh, en ik heb het hele team van verplegers die dag getrakteerd op de platte tieten van Bakker Groffen. Kon niet anders, natuurlijk!”

Zijn er nog specifieke momenten die je zijn bijgebleven van jouw ‘kankerreis’?

Désirée: “In maart zijn mijn man en ik een geregistreerd partnerschap aangegaan. Dat hebben we met een klein clubje gevierd en dat was prachtig. Het grote feest volgt volgend jaar. Ik wil namelijk wel een paar mooie borsten in mijn trouwjurk en die volgen nog. Natuurlijk heb ik ook mindere momenten gehad. Vooral het wachten op alle uitslagen is killing. Toen in augustus de arts belde met de mededeling dat de tumor zo goed als weg was, heb ik me dan ook intens gelukkig gevoeld. Was het toch allemaal niet voor niets geweest.”

Heeft de kanker je veranderd als mens?

Désirée: “Toch wel. Ik was altijd al een positivo, maar als dit je overkomt ga je nóg intenser leven. Het besef dat het leven zo voorbij kan zijn, wordt dan ineens weer heel duidelijk. Ik maak nu impulsiever beslissingen. Als mijn man en ik zin hebben in wintersport, dan boeken we gelijk. Voorheen zou ik nog gaan afwegen of het wel past, of het financieel wel oké is. Nu niet meer. Verder ben ik het kleine meer gaan waarderen. Mijn zoontje van vier die voor mijn neus aan het spelen is, dat soort dingen. Ik weet nu: je hoeft niet op wereldreis om een mooi leven te hebben. Het mooie leven zit al in jou, waar je dan ook bent. Wat er om je heen gebeurt, daar draait het om.”

Fotocredits: Versvoer